3.
In Portugaal is een vroome man,
Wie zou 'er niet voór zwigten,
Hy moest al na Gouda gaan,
Om boodschappen te verrigten,
Maar 't staat niet popergaal,
Zeggen de Menschen altemaal,
Wat dunkt u van die streeken,
Wat zegje van die doove Mie,
Gelyk het is gebleeken,
Daar het veel Menschen ziet.