9.
Nu draagt Mietje de moode ook,
Net gelyk de ander Sottinnen,
Maar dat Incroijabel spook,
En wil haar taak niet spinnen,
Moeder agter d' ooren krouwd:
Zy geeft haar Kind alle verwyten,
Ag waar Mietje nu ook maar getrouwd,
Eer dat haar vodden gaan verslyten. bis.