Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

2

Ik zag deez' Jufvrouw lag en sliep. Ik dagt ik wil, Zeer zagt en stil, Al in haar Vyver helder Vissen, Om dat zy sliep docht ik in myn eigen, 'k Zal zien of wat beet kan krygen, Ik smeet myn Hengel, Snoer en meer, Myn Dobber ging ten eersten neer, Ik haalde zoet, Ik haalde zoet, Myn Hengel op met spoed.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.