Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

2.

Schoon dat de Angelieren, Ook lieflyk zyn van lugt, Dat geeft doch geen plaizieren, Aan Venus Minnezugt, bis Geen schoonder Bachus zoon, Die overtreft dat schoon, Nog kan dat zoet niet smaaken, Van aan die Roos te raaken, Waar alles na moet haaken, Om die aangenaame geur, Een kleur, een kleur, Daar straald een schoouheid deur, bis

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.