3
Maar ziet doch voor de eerste keer.
Was het al mis, ik kreeg geen Vis,
Ik moest nog eens een Wurmpje wagen,
Ik fmeet myn Dobber Snoer wilt hooren,
Vry wat dieper als te vooren,
Met een zo als ik Henglen lag,
Jufvrouw wierd wakker en my aanzag,
Wat doet gy daar, Wat doet gy staar,
Vroeg zy den Hengelaar.