2
Toen zy was op weg gekomen,
Een ryke Heer aldaar,
Heeft haar in zyn Koets genomen,
En zy reden met malkaar,
Haal op, laat neer, en werk voort,
Dat komt van zulke zaaken,
Myn lieve merd als jv zo driftig ryd,
Legt g'om ver in korte tyd,
Men veegt rondom alhier aldaar,
Dan is de Schoorsteen kant en klaar.