5.
Zy maakte toen een goed accoord,
En gingen zo na Gouda voort,
Tot dat zy kwaamen aan de Stad,
Een Vriend die daar de wagt op had,
Die liep ze agter na,
Waar dat zy heenen ga,
Vrienden ik zal verhaalen,
Hoe dat dit slegte dolle paar,
De poort uit gingen dwaalen,
Hy zag ze niet verder naar.