Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

5.

Zy maakte toen een goed accoord, En gingen zo na Gouda voort,

Tot dat zy kwaamen aan de Stad, Een Vriend die daar de wagt op had, Die liep ze agter na, Waar dat zy heenen ga, Vrienden ik zal verhaalen, Hoe dat dit slegte dolle paar, De poort uit gingen dwaalen, Hy zag ze niet verder naar.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.