5.
En als men dan weer t'huis zal vaaren
Is 't of den geest op mieuw herleeft /
Dan tart men ramspoed en gevaaren /
Waar voor gy laffen landman beeft /
Ik laat myn door Neyhtunis geleiden
Zyt vergenoegd en bly te moe /
Ik zal nimmer van de Zee afscheiden
maar vaaren tot 't eind myns leevens toe bis