Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

5.

En als men dan weer t'huis zal vaaren Is 't of den geest op mieuw herleeft / Dan tart men ramspoed en gevaaren / Waar voor gy laffen landman beeft / Ik laat myn door Neyhtunis geleiden Zyt vergenoegd en bly te moe / Ik zal nimmer van de Zee afscheiden

maar vaaren tot 't eind myns leevens toe bis

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.