5
Dogters wilt leren,
Die tot liefde zyt gezind,
Schuwd zulke heeren,
Meid u voor de wint,
Neemt liever eenen boer van 't lant,
Als een zo incroiabel kwant,
Want als g' met hem zyt getrouwt,
Moet gy ligte kleeren draagen,
Al incroiabel na de lust en nieuwen zin
Lugt en conpabel al waaren der scheuren in,