Skip to content
1800

De vrolyke zee-lieden, verheugd over de vrye zeevaart

Anoniem

3.

Doch op 't laast toen is 'er een gekoomen, Die met 'er haast myn hert heeft ingenoomen. Die vroeg my gunst, Die vroeg my gunst, Ik gaf ze zonder schroomen, Het vertrouwen was te groot,

Dat bragt my in de nood, bis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.