Skip to content
1791

De vrolyke schoorsteenveeger

Anoniem

Op een zeer Aangename Voys. I. Vrienden ik groet u altemaal, Ik ben een arme Kluisenaar, bis. Myn lyf en leeden die zijne gebraakt, Dat komt van in myn Hutje te slaapen, Schier Moedernaakt. 2. Kluisenaar ik ben zo vervaart, Als ik aanzie u grijzen Baart, bis.

U twee bruin Oogjes en u zwart Vel, Dat past u niet te verkeeren By een Mamesel. 3. Meisje hoe benje zo kruwel, Zeg my wat is een Mamesel? bis. Een Mamesel is een Juffrouw, Die haar laat zoenen van brave Soldaten, Maar niet van jou. 4. Meisje ga je mee na myn Huis, Dan graaf ik een putje al in de kluis, o Ouwe Grysaard jy moet ‘er in, Want gy kan geen vreugde meer scheppen Al by een Godin. 5. Meisje ga je me na myn Hut, Ik dou je levendig in de put, bis. o Bleeke Dood wilt myn bystaan, Want ik kan geen Meisje meer paaijen Het is met myn gedaan.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vrolyke schoorsteenveeger · Anoniem · Poetry Cove