Een nieuw lied, ter eere van Prins Willem de Vyfde, en zyne Koninglyke Gemaalinne. Op een aangenaame wys.
1. Gy Menschen altesaem / Looft nu den Heer zyn Naem;
En weest verblyd / bis Dat onze lieve Prins / Is door des Heeren gunst / Getreeden op zijn Troon / Met blyde toon.
2. Sofia zijn Princes / Wierd als een Landgodes; Al binnen Schravenhaeg / Onthaelt zeer graeg / Het Volk was verblijd / Riepen met vollen vlijd / Lang leefd ons lieven Prins; Het is den Heer zijn gunst.
3. Het Volk riep hoeze / Ook Vrouw en Kinders mee; En waer verheugd / bis. Zelfs het Pluimgediert / Dat op de Boomen zwiert; Zongen met luider keel / Met zoet gestreel.
4. Al wat op Aerde leeft / En in den Hemel zweeft / Is nu verblijd / bis. Zelfs de Nagtegael / Die met zijn zoete tael Ook mee die blydschap viert Met al zijn pluimgediert.
5. Op Dorpen en Stee Ziet men de blydschap mee / Een ieder ilmeneerd / bis. Men ziet de Bogaerds staen Met veelerleye blaen / Een ieder is verblyd In deeze tijd.
6. Het heugt my nog die dag Dat ik zijn Hoogheid zag / Hoe dat hy wierd onthaeld / En hoe zijn glorie praeld; Het volk was verheugd / En riepen met geneugt / Lang leeft zijn Hoogheid dan / En de Oranje-stam.
7. Ik wensch hem veel jaer / Dat hy zonder gevaer / Mag leeven naer zijn zin / Met zyne Gemaelin; Lang leeft de waerde Pruys / Dat hy weder te huis Mag komen / Potsdam in / By zijn Koningin.
Cookies on Poetry Cove