Een Nieuw Lied.
Op een Aangename Wys.
Op eene schoone dageraat,
Vrouwe zo gy uw wilt beproeven,
Of uw hart van liefde staat,
Komt u in 't Lommer wat vertoeven,
Zo door de koel en dappere wind,
By kabbele beekjes schoone dreeven,
Uw boesem kloppend ondervind,
Wilt u Natuur ten offer geeven.
Zo gy in 't midden van 't geboomt,
Heilig verblyf de min vermaakte,
Uw ziel ter gevoel bekoom,
Vrouwen gy kunt geen liefde smaaken
Zo gy in een schoone avondstond,
Uw niet gelyk men kan bekooren,
Uw heilig laaten uit uw mond,
Nimmer de naam van liefde hooren.
Vrouwen die altyd wel bestaat,
In ons geduld nog grooter bepaalen,
Wy kennen om uw trotschen daat,
Aan uw onbeschaamdheid wel betaalen
Dog nimmer hebt maar medely,
't Is geen wy aan uw hoogmoed geven,
De mannen zyn beter dan gy,
Wilt uw natuur ten offer geeven.