Skip to content
1800

De vrolyke Nederlander, zingende met zyn incréable meisje de hedendaagsche liederen

Anoniem

Een Nieuw Lied.

1. Sints ik zo veele vrouwtjes zag Is 't my om 't hart zo raar, Daar gonst en bromt het dag aan dag, Als of 't een Bykorf waar, En als een vuur zo steekt 't myn, Zig voor haar oog verraad, Dan klopt myn 't hart van minnepyn, Gelyk een hamer slaat, pom, pom, Pom, pom, pom, pom.

2. 'K Nam duizend Vrouwtjes by elkaar, Zo 't niet de wet verbood, En sprong als een marmotje haar Geduurig in de schoot, Dan waar ik lustig als een held, Dan waar ik ryk genoeg, Ik huppelde als een haas in 't veld, Terwyl myn hart steeds sloeg, pom, pom, Pom, pom, pom, pom.

3. Wie niet de vrouwtjes vleid en streeld Is zeker koud nog warm, En legt zo als een houte beeld Het liefste meisje in d'arm, Dan ben ik tog een ander man, Want als ik by haar kom, Dan spring, dan doen ik wat ik kan, Dan gaat gestaeg ons hart pom, pom, Pom, pom, pom, pom.

4. Wie geen opregte liefde voedt Verdient myn deerenis, Hy is en blyft een arme bloed,

Ook schoon hy Koning is: Meer zeg ik niet, 't is u bewust, De blydschap maakt ons stom, Het hart wenscht zoete minnelust, 't Slaat daarom, pom, pom, Pom, pom, pom, pom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.