Skip to content
1813

De vrolyke Nederlander

Anoniem

Stem: De Spaansche Ruiter.

1. Verbysterd Nederland, Waar was toch uw verstand, Toen gy eertyds die ontmenschten, Dat Moordenaars geslagt, Tot uw Fransche broeders wenschten, En die in Neêrland bragt. 2. Ik weet Oranje haat, Was oorzaak van dat kwaat, Maar nu hebt ge ondervonden, Wat leed dat snood gebroed, Van die Fransche Vagebonden, Ook aan hun vrinden doet. 3. Daar gy door harde dwang, Nu zoo veel jaren lang, In de slaverny gezeten; Uw tyd in treurigheid, En in klagen hebt versleten, Zyt gy in ‘t eind bevryd. 4. De Almachtige Opperheer, Zag mededogend neer,

Zag op ons in onze ellende, Eer ‘t iemand had verwagt, Wierd het hoofd der Rovers benden, Door hem tot niet gebragt. 5. En nu dat helsch gebroet, Uit Holland vlugten moet, En verlaten onze landen, Gaan zy doldriftig voort, In het Plundren, Moorden, Branden, Als men uit Woerden hoord. 6. Elk vat de Wapens an, Om als een eenig man, Tegen dit gespuis te stryden, En Neêrlands oude moed, Zal het Vaderland bevryden, Van al het Fransch gebroed.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vrolyke Nederlander · Anoniem · Poetry Cove