Stem: Myn lieve Annaatje. 1. Op, op, Neêrland Zoonen! Nu is het recht tyd, Nu kunt gy eerst toonen; Voor wie dat gy zyt; Stryd nu voor Oranje, Dat ‘s Vaderlandsch moed. Op, op, dan verbanje, Dat Fransche gebroed, Te wapen nu Helden! Gord u tot den stryd:
Nu kunt gy eerst toonen; Voor wie dat gy zyt. 2. Toont u Batavieren! En volgt hun spoor, De Vaandels die zwieren, De brave gaan voor; Laat heldenmoed blyken, Het Fransche gespuis, Moet eenmaal bezwyken; Dan keert gy naar huis: Dan vind gy, wat glorie! Waar dat gy ook zyt, Oranjes victorie, En ‘s Lands veiligheid. 3. ‘t Is niet voor de Keizer; Geen dwingelands juk, Noch harder als yzer, Knaagt aan uw geluk: Men voert u niet heenen, Door Moordzucht geleid; Neen, dat is verdweenen; Dus toond u bereid, Het Land roept te wapen; Uw eigen geluk, Welaan jonge knapen, Verbryzeld het juk. 4. Oranje! – de zegen; De roem van ons Land, Van God ons verkreegen; Reikt u weer de hand, Gy ziet u beloonen, Uw Vaderland vry, Met laauwers u kroonen, En zult weder bly; Gelyk als voor dezen;
Nu Willem gebied, Geen dwangzucht meer vreezen, Die eeuwig ontvlied. 5. Welaan! brave Moeder, Spreekt moed in uw Zoon! Wie werd niet verwoeder, Denkt hy om de hoon; Om ‘t Moorden en ‘t Rooven, Door ‘t Plundenaars rot; De wraak komt van boven, ‘t Is Nederlands God; Die met u zal stryden, Waar dat gy ook gaat; Uw zichtbaar geleiden; Uw Vyand verslaat. 6. Welaan, brave Vrouwen! Zoud ge immer uw Man, ‘t Vaderland onthouwen, Neen dat gaat niet an; Hy stryd voor uw leeven, Uw goed, en uw kroost; En dit moet u geven, Een dubbelde troost, Wekt hem dan ter stryden; En eenmaal ziet gy, Heel Holland bevryden; Van Fransch Tiranny. 7. Op, op Neêrlands Zoonen! Het Vaderland spreekt, Kom wil dus nu tonen, Wat moed in uw steekt; Oranje moet leven! Ten zegen van ‘t Land, De Franschen verdreeven; Zoo bind men de band,
Der eendracht, recht zamen, Zoo komt Hollands bloey; Die de Franschen ontnamen, Eens weêr tot haar groey.
Cookies on Poetry Cove