Skip to content
1810

De vrolyke muzikant

Anoniem

Stem: Ach Cloris myn liefje waar heen. O heldere Morgen-son; Verwarmt de koele bron, U Lieffelyke straalen, Die gy doet daalen, Op 't weeldrig aardrijk neer, Voldoen mijn lust en begeer, 't Natte bedoude Groen, Moet gy haar wasdom voldoen, U koesterende Vuure; Dwingt de Natuure, 't Bedruppelde telg en blad, Word door u kragtig omvat.

De Bloempjes buigen haar neer, Verbryden en meld u eer, Elk kruytje op sijn wyse: U bloeijende pryse, Zelfs het klaverryke veld Gestadig u lof vermeld. 't Kweelende Pluimgediert, Dat op haar Veder zwiert, Des 's morgens u prysen, En u eer bewysen, Zelfs het redeloose Vee, Die roemt u luister met vreê. O son gy rijst in 't Oost, U glans nimmer verbloost, Gy daalt in het Westen, Dan duykt gy in u vesten, Tot aan de dageraat, Als ge uit u kameren gaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vrolyke muzikant · Anoniem · Poetry Cove