Skip to content
1694

De vermakelijcke buys-man

Anoniem

Stem: Kijck leelijck. ONs Juffrou die droegh een bouwen Gelijck een zwarte Capot, Een Wambus met korte mouwen, Ha, ha ’t past haer als eenen sot.

Daer over vry eenen Fideelen Joncker met groote schoen, Ick heb hem met ’t Meysje sien speelen, Haer, haer hertjen was also groen. Moy Meysjen nu willen wy trouwen, Spracker de drolligen dief, Ick had ‘er soo geeren een Vrouwe, Och, och ick heb u van herten lief. Me-joncker dat willen wy doene, Sprack ‘er dat Venus kint, Ick sal u soo vriendelijck soenen, Och, och, ick heb u oock soo bemint. Den Joncker niet langh en wachten, Hy volbracht sijn Trouw, Sy waren van Edel Geslachten, Zoo, soo wel de Man als de Vrouw. Als sy getrouwt waren te samen, Leefden sy vriendelijck, Doe sy haren staet vernamen, Doe, doe wraren sy even rijck. Wat sullen wy dan beginnen, Sprack dat Juffrouken soet, Om onse kost te winnen, Wy, wy en hebben geen gelt noch goet. Hoort Liefje, ick sal u seggen, Sprack’er de vrome lants-knecht, Wy moeten ons pracht afleggen, En, en kleeden ons nu wat slecht. Wou ons den arbeyt voegen, Wy mochten uyt wercken gaen, Maer spitten, of spaijen, of ploegen, Dat, dat, en hebben wy noyt gedaen. Sou ick’er mijn leven doorbrengen In arbeyt, zweet, en pijn, Wy sullen gaen Liedekens singen, Lief, lief, en altijdt vrolijck zijn. Juffrou die was te vreden, Sy brochten den nieuwen druck, Al binnen de vlaemsche steden, Sy , sy toonden haer meester-stuck.

Ick hoop sy sullen wel varen Met dit curieus ambacht, Maer om rijckdom of schat te vergaren, Zoo, soo is ’t al te langh gewacht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vermakelijcke buys-man · Anoniem · Poetry Cove