Skip to content
1694

De vermakelijcke buys-man

Anoniem

Stem: Edel Aristen koen. DEn tijt hier nu gebiet, Om mijn Lief te verklaren,

’t Is voor my een hert kruys, ’t Is tijdt voor my te varen, Dat doet mijn zwaerlijck suchten En scheyden is mijn pijn, Dat ick met ongenuchten, Moet derven u aenschijn. Schoon Lief waer is de reys Daer ghy na toe sult varen, Och ick en weet ’t niet, Ick gis wel voor drie Jaren, Hoe sal den tijdt om komen Al slapende mijn hert, Och, och ick magh wel schromen, Die Reys is veel te vert. Ick moet u roode mondt Noch eens een kusjen geven, Om dat uw’ lippen rond Schier aen de mijne kleven, Mijn liefste Lief verheven, En weest hier mee verdult, En wilt op hoope leven, De Reys moet zijn vervult. Hoe soud’ ick zijn verdult Of oock in vreugde leven: Want op de vreemde kust Gaet ghy u nu begeven In perijckel van u leven, In de wilde baren fel, En ongesonde luchte, Die u quellen rebel. Al zijn de p’rijckelen groot, Die ons souden konnen keeren, Ick hoop mijn gewenste deel, De Heer sal ons bewaren, Wy sullen noch vergaren, En dat in liefde soet, En oock te samen paren, Mijn Lief weest wel gemoedt. EYNDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.