Skip to content
1790

De vermaarde Abcouder paarde-markt

Anoniem

OP een schoone Vois. 1. TE vergeefs wil ik staeg zetten, De Reeden teegen de Min, Maar de liefde gaf myn wenen, Die ik niet volgen kan in, Wykt van my verdoolde reede, Myn hart is te diep doorwond,

'k Heb een schoone aengebeeden, 'k Zie nooit af, van 't Trouwverband 2. Het plaisier daer 'k my in dompelen, Volgt my zelfs tot in den slaep, Maer dan komt als overromplen, Eenen Droom die my ontwaekt, Dan roep ik verdwaelde zinnen, Liefde spot niet met de deugd, 'k Geef my gantschlyk aen die kunne, Zy alleen strekt my tot vreugd. 3. De Nagt spreide haer gordynen, Toen myn ziele wierd doorgrieft. En men zag de sterre schynen, Toen 'k vervoert wierd door de liefd', Deeze verrukking vol genugte, Gaf my onophoudelyk moed, En nu dagt te smaeken vrugten, Deze boven 't Aerdsche zoet. 4. .Voor U alleen is 't dat ik leeven, Op dat ik uw behaegen mag, Gy hebt op myn te vergeeven, Duizend Leevens dag op dag, U te zien verwekt my plaegen, Gy allen hebt deeze gaef. Dat de liefde u tot behaegen, Schiep, en my tot uwen slaef.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De vermaarde Abcouder paarde-markt · Anoniem · Poetry Cove