Wenk aan Coridon.
Wyze: van Lindor, enz.
1.
Denkt nimmermeer / dat ik u zal verlaten /
Neen Coridon / ik heb 't uw meer gezegt;
Schoon Damon myn / wel iets aan't harte legert /
Nog zullen zyne klagte hem niet baten.
2.
Ik ben getrouw / aan uwe liefdenbanden.
Denk dus dog nooit aan onstandvastigheid;
Gy hebt uw niet vergeefs met hoop gevleid
Om in de haven uwer wensch te landen.
3.
Maar hoe ik sweer / gy twyveld aan myn eden!
Heb ik nog ooit een tronwloosheid getoond
Schoon ik Damon niet achting heb bekroond
Heb ik hem echter nooit myn min beleden.
4.
Denk echter niet / dat ik' uw hier koom smeeken!
Om uwe trouw te schenken weer aan my;
Neen gaa vry heen pronk aan een anders zy /
En schuw my / wyl gy myn verdenkt van streeken.