Skip to content
1795

De twee vrolyke confraaters. Zingende de nieuwste liederen

Anoniem

Beklag Lied, van een Jonkman die te Hamburg onthoofd is, nadat hy zestien Jaaren in Indiën geweest is. Stem: O Holland schoon! enz.

1. AEnhoord gij Menschen wie gy zyt / Wat ik u zal verhaalen: Hoe de Zatan met listigheid! Een Jonkman bracht aan 't dwaalen. Als ik verhaalen zal dit Lied: 't Is tot Hamburg klaar geschied / Daar raakte hy aan 't klinken / Met Gezelschap aan het drinken.

2. Een Jonkman daar in 't Gezelschap Begon kwestie te maaken / Die vatte hem daar bij zyn kop / Steld het mes op zijn kaaken. Dees goede Jonkman dit vernam / Hy wierd zeer toornig ende gram / Trok het mes uit de scheede / En stak hem dood ter Steede.

3. Doen vluchten hy tot Amsteldam / Ging naa Oostindiën vaaren / Daar hield hy hem vroom en bekwaam / Daar was hy achtien jaaren. Hy kwam van daar hier wederom / Twee duizend guldens was de zom / Dat hy alles meede brachte / En naa zijn Ouders trachten.

4. Hy ryst weer naa Hamburg dra / Om zyn Ouders te bezoeken / Die woonde toen te Altona / Hy kwam daar met verkloeken. Zijn Ouders die verschrikte zeer / Als zij hem zaagen daar alweer / Zy spraaken met benouwen: Wild uw verborgen houwen.

5. Toen sprak hij: Vader wie zou daar Myn van die tyd noch kennen? Daar 't is geleeden zestien jaar / 'k Zal by die lichte Dente Niet meer verkeeren / zwijgt maar stil/ Op dat niemand krygt zulke gril / Die myn zou gaan verraaden / Wie zou myn bloed verzaaden.

6. Kort hierna trekt hy naa Hamburg / Als hij daar is gekoomen / Hy vryd een Dochter zonder zorg / Maar die bracht hem in schroomen.

Hy vryden haar drie maenden tyd / Hy kreeg op 't laatst van haar verbliyd / Het jawoord daer verheeven / Door liefde tot haar gedreeven.

7. Hy gaat vrolyk van haar met vlyt / Zonder iets kwaads te denken / Daar kwam een Vrouw by deeze Bruid / Die kon hem dit wel krenken. Die sprak tot haar met woorden dan: Zult gij Trouwen zoo wreede Man / Die met wreede accoorden / Een Jonkman ging vermoorden.

8. Wel Buurvrouw sprak dees Bruid zoo zeer: Is dit een Moordenaare? Die myn beminde van hertenzeer/ Wat droefheid komt my baaren. Is dit de vreugde die ik zag? Ach ik beklaag de eerste dag! Dat hy by mij kwam keere / ô Dood veld mij daar neere.

9 Dus komt hy weer des ander Dag / Al by zijn Bruid verkeeren / Ik ben bedroefd dat ik uw zag / Sprak zy met groot hartzeere / Want ziet ik uw nooijt Trouwen zal / Zoo lang uk leef op 't Aardsche Dal / Want gy ging met verstooren / Een Jonkman wreed vermooren.

10. Toen sprak hij: Lief zegt mij ten toon / Wie dat dit heeft gesprooken / Ik ben een eerlijk Perzoon / Is onze Liefde gebrooken? Zoo wensch ik dat van stonden aan / De Dood mij haalden hier van daan / Doen ging hy van haar heenen / Is na 't Gerecht getreeden /

11. Hy sprak: Wijn Heeren hoord myn bee / Ik ben een Moordenaare / Want ik hier laatst een Neêrlaag dee / Wel over zestien jaaren. Doen vluchte ik alhier van kant / Ik ben geweest naar 't Indisch Land / Maar myn knaagende conscientie / Maakt het Gerecht nu mentie.

12. De Heeren waaren zeer ontsteld / Als zy hem hoorde praaten / Zij hebben haar woorde geveld / Gaat wandelen uwer Straaten / Want ziet / Vriend wy kennen u niet / Gy zyt in razernije ziet / Hoe komt gij met uw woorden Ons Dolle Raad verstooren.

13. De Dienaars brachten hem van 't Raadhuis / Met consent van de Heeren / Maer sprak: ik heb geen abuis / Wild mijn doch loon vereeren.

Hy ging weer booven beduit 't haar / Hoe hij de Neerlaag dede klaar / Het Gerecht met verstrangen / Genoodzaakt hem te vangen.

14. Als hy nu zat in deeze nood / Liet hij de Heere verwitte / Want hij verlangde naa de Dood / En woude niet lang zitten. Maar doen ontbood hij deze Meid / Zij wierd gehaald bij hem ter tyd / Daer zy zoo vitter schreiden / Als zy hem zag in lijden.

15. Hy sprak: myn Lief en schreid niet meer / En haer wel duizendmaal kuste / In den Hemel zien in uw weer / Te sterven is myn luste. Zyn Dader kwam ook by hem ziet / Die wou hem troosten in zyn verdriet / Zyn Dader in die tijen / Begon bitter te schreijen.

16. Schreid niet! schreid niet! Och Dader zoet! De tyd is haast gekoomen / Dat ik van hier vertrekken moet / Ik voor de Dood niet schroomen / Myn dunkt ik zie myn God en Heer Hier boor myn zweeven heen en weer / Die zal myn ziele haalen / Al in des Hemels Zaalen.

17. Dus treeden zy weer van hem af / Zyn sententie wierd geleezen / Men sloeg zyn Hooft van 't Lichaem straf / Hy stierf zonder vreezen / Maar drie daegen na deezen tyd / Conscientie knaegde deeze Meid / Zy nam een mes met smerte / En stak het in haar herte.

18. Zyn Dader ging van droefheid ach: Hier over murmureeren De Zatan kreeg hem in zyn macht / Hy ging naa buiten keeren. Hy sprong aldaer in eene Sloot / 't Water versmoort hem / hy was dood / Zyn Moeder met vezwaare, Zit in 't Dolhuis aldaare.

19. Neemt hier een spiegel wie gy zyt / Gy Ionkmans alle zaamen / En u van 't kwaed Gezelschap myd; En gy Dochters te zaamen / Derwyt niemand zyn ongeval Men weet niet waer men toe komen zal / Al heeft de Mensch lang leeven / Hy zy 't nooit vergeeven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De twee vrolyke confraaters. Zingende de nieuwste liederen · Anoniem · Poetry Cove