Een Nieuw Lied. Op een Aangenaame Wys.
1. O myn ziel leg u verwachting Nu voor Eeuwig Eeuwig af Ik hoop de Harts-vriendin der straffen Daalt met Lotje in 't stille graf Nu is my alles onverschillig Wat ge ook vleyende aarde bied
Alles lastig, duister aaklig Ach myn Lotje is 'er niet.
2. 't Hart verbryzeld maar de denkbeeld Waard geduurig voor myn geest Roept myn toe u lieve Lotje Is niet meer zy is geweest Alles, alles is verlooren Alles vlied uit myne kring Ik voel geen nieuwe hartstogt werken Dan die der vertwyffeling.
3. Lichaams kragten Ziels vermogen Lust tot wysheid overleg Vlyt gezondheid liefde vriendschap Alles is met Lotje weg O myn geest gy kunt niet denken Doodlyk doodelyk beklemd Zuchten, ach! ik kan niet zuchten Al myn traanen zyn gestremd.
4. Ik dwaal in duister in de oorde der wanhoop Ik zie in 't minst geen scheemerlicht 't Koude zweet formt kille droppelen Op myn bleek verstyfd gezicht Ryt u open, O myn boezem Geef, geef doorgang aan een zucht Welk een doods angst ik zal bezwyken Scheur u open geef my lugt.
5. Ryne bron van stille traanen Waarom waarom stroomt gy niet Kon ik weenen kon ik snikken Kermen moet ik van verdriet
O Belceur my altoos waardig Myn vriendin laat my alleen Dat gy weer een ader open Door myn arm, en ga dan heen.
6. O vertrouwde van myn Lotje Zoo ik ooyt u ziel bewoog Tot een deugdzaam medelyden Wyk dan uit myn stervend oog Uyt te zyn verswaard myn lyden Hoe gy ziet my weenend aan Drukt my op u kuyse boesem Dan ontschiet myn oog een traan.
7. Ach Belceur zy is gestorven In myn arm gaf zy den geest Ydel waaren u gebeden Ik heb dan al te wel gevreest 'k Ben d'elendigste aller mensche Zedert zy haar oogen sloot 'k Haat het licht, 'k haat my zelven 'k voel geen troost dan in de dood.
8. Ik voel al reeds verpligting O nu kan ik reeds bedaard Aan die wrange wortel knaagen Die my zo veel smerten baard Myn Rolin, myn vriend en broeder Weder treed myn kamer in Zoud gy my niet dierbaar wezen Broeder van myn Engelin.
9. 't sterven van een waardste vriendin Was een dragelyke straf
Zo de dood het lieve lichaam Aan 't verderf niet overgaf Mogt het zyne form behouden Onbes met van dit fenyn Lotje zoud, de ziels vriendinne Van myn zombre kamer zyn.
10. 'k Zou haar altoos by my houden Duyzend, duyzend werf haar hand Aan myn nart en lippen drukken Als myn allerwaardste pand Yder richting van myn oogen Op haar dierbaar bleek gelaad Ging verzeld van een overwinning Over eenig zedelyk kwaad.
11. In myn onbezielde Lotje Geld daar een geheime kragt Ter verbetering van myn driften Geeft dan willen moed en kragt Maar op 't sterven volgt ontbinding stofflyk deel word ons ontsloopt Zulk een heil is nooyt gegeven Hoe gy bid en hoe gy loopt.
12. Nog maar weynig weynig dagen En myn Lotje daald in 't graf Vriendschap kan haar niet behouden Liefde staat haar eeuwig af Lotje ik zie uw nimmer weder Eeuwig weg, dat eeuwig moet Ik geduuriglyk herhalen Eeuwig weg, hoe stolt myn Bloed.
13. Lotje uw lyden in dit leven Lotje uw lieve ziels vriendin Is voor eeuwig u onttogen Fluysterd my de wanhoop in O dat tergend veel gefluyster Hoor ik waar ik heenen gaê 't zy waak of schichtig sluimer 't Volgt my altoos, altoos na.
14. En ik zelfs o God dit maakt ook Dat myn lyden weenend word 'k Heb het vergift dat haar deed sterven In haar tedre hart gestort 'k Ben de oorzaak van haar Lyden Van alle angste die zy droeg 'k Ben het die het lente bloempje van het teeder stteeltje sloeg.
15. Heb dan nu de dood een eynde Van dit treurig leeven maakt My met Lotje weer vereenigd Daar myn hart zo zeer naar haakt 'k Zou bevryd van alle zorgen Verre boven het Aards geweld Altyd onze Schepper danken Die ons zo hoog heeft gesteld.
Cookies on Poetry Cove