Het onderscheid.
Wys: van 't Kuipertje.
1.
Doris staat myn in 't minste niet aan /
Hy is lafhartig en koel in zyn minnen /
Als hy myn ziet dan blyft hy nauw staan /
Hy durft alleen noit met myn gaan:
Maar Damon weet myn heetje te winnen
Hy brengt myn bloempjes in 't koutste saizoen!
Aartig weet hy myn lusjes te voen;
Zoo / zoo / moet een minnaer ook doen!
2.
Damon is altyd even graag
Wil ik eens dansen / will ik eens springen
Dooris is altyd even traag /
Niets kan hy doen / daar ik na vraag /
Damon kan los en lustig springen /
Hy weet wat best op zyn tyd diend gedaan /
Aardig weet hy de maat te staan!
Zoo / zoo staat de Minnaer myn aan.
3.
'k Hield myn laastmaal heel verstoort /
Doe Doris myn een slaauwkusje wouw geeven/
Hy keek zoo zuinig en sprak geen woord /
Neen! het Gekje gong aanstonds voort.
Maar Damon weet hoe hy moet leeven.
Als een meisje zig hout zoo wat fyn /
Zoo wat afkeerig / bestaat veel in schyn /
Zoo / zoo/ moet een minnaar ook zyn;
4.
Vlugte ik eenzaam in het woud /
Dorus gaat heen zelfs zonder te spreeken;
Mogelyk denkt hy; Het is wat stout /
Dat hy zig zoo by myn vertrouwt;
Maar Damon weet / het zyn maar streeken /
Vlugt ik / hy volgd myn naa in 't groen /
En laat het niet alleen by een Zoon;
Zoo / zoo moet de minnaar ook doen.