Zamenspraak tusschen Coridon en Filis.
Wys: Zullen dan myn levensdaagen.
1.
CORIDON.
Moet Ik dan nog langer wagten /
Zeg myn schoone engelin!
Filis! Filis! hoord myn klagten /
Ach! myn lieve herderin;
'k Zal Uw nimmermeer verlaaten /
Maar staag blyve ik uw getrouw /
Daar myn hart u nooit zal haten /
Ach! wierd gy myn lieve vrouw.
2.
FILIS.
Coridon / ik heb uw klagten-
Meer dan eens met smert gehoord;
Dan / gy moet de tyd afwagten /
Eer ik aan uw' geeft myn woord;
Ik ben nog te jong van Jaaren /
En het is nog tyd genoeg /
Om met uw in de echt te paren /
Coridon het is te vroeg.
3.
CORIDON.
Laat my nu niet langer klagen /
Schenkt / myn 't Ja; het gunstig woord?
Laat het myn niet meerder vraagen /
Wyl uw schoonheid my bekoord:
Laaten we ons door de echt verbinden /
En te zaam als Man en Vrouw /
(Tot de Dood ons zal verslinden /)
Blyven aan elkaar getrouw.
4.
FILIS.
Ik zal u myn ja-woord geeven;
En aan uw verbonden zyn;
Om als man en vrouw te leeven /
Schenkt ons nu een roemer wyn.
CORIDON.
'k Zal voor uw een kransje vlechten /
Daar ik voor uw roozen spreij.
En die om uw schedel hechten /
Dat de Dood ons nimmer scheij.