De aankomende Lente.
Wys: Avec les yeux dans le Village.
Of Indien ooit maagd haar droeve klagten.
1.
De guure Winter is geweken /
Door 't komen van de lieve Lentt':
Elk schept weer adem onbezweken
Nu al het vriezen heeft een end.
Men wind de kielen uit de haven.
Met bragt weer in het ruime Zop.
Het Vee gaat na de wey toe draven /
En geeft de warme stal de schop. bis.
2.
Den Boer / verlaat den haart: de weijen
Zyn nu niet meer met vorst belaan /
Nu Venus hare dart'le reijen /
Weer aanvoert met de nieuwe Maen.
De lokkende bevalligheeden
Gaan met de Nimphjes hand aan hand /
Vast dansen met gezwinde treeden!
Als jonge lammeren in het land / bis.
3.
Terwyl Vulkaan vol zorg / en yver
De warme Reuze Smits / weer gloeid /
En zoo van tyd / tot tyd nog styver /
Weer klopt / en arbeyd onvermoeid.
Bekranssen wy dan onze haren /
Met groene Mirth / het is nu tyd /
Nu 't veld gesiert met kruyd / en blaad'ren
Het eerste groen ons niet benyd / bis.
4.
Laat ons / uit onze beste kofferen /
'k Meen uyt de Koe en Schapen stal;
't Saizoen een Schaap of Geytje offeren /
De geurige Lente ten geval.
Het is nu tyd om vry van kommer /
Wyl 't Jaar / zoo zoet neemt zyn begin;
Zig te vermaaken onder 't lommer
En blaken in de reine min / bis.