Skip to content
1737

De Schiedamse jeneverstoker

Anoniem

Op een aangename Vois. Het Wyntje maakt een stommert, Zo geleert gelyk een boek; ‘t Maakt droeven onbekommert, En de zotten bollen kloek, ‘t Maakt een Vryer, Een bedyer, Krygt hy ‘t Meisje om een hoek. Het is geen harssenbreker, maar het is een medicyn, Een treffelyke Apotheker, Hy geneest u zonder pyn, Hy stelt zorgen, Uit tot morgen, Deugt en vreugt steekt in de Wyn. Het wast ook voor de Gansen, Nog voor haar Confraters niet, Maar voor de groote Hanssen, En

die daar meest gelt voor biet, Neemt het geltje, Men besteltje, Zulke kruiden heb ik niet. Wie weet hoe lang wy leven, En een dood Man hoeft geen gelt, Wat is ‘er aan bedreven: Wie na ons de schyven telt, Als ons buykje, Maar door ‘t kruikje, Vol raakt en van vreugde zwelt. Die ‘t goet altyd wil sparen, Is dat niet een groote gek? Terwyl dat zy ‘t vergaren, Klaagt haar lever van gebrek, En hun Erven, Als zy sterven, Laggen om dien dooden vrek.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Schiedamse jeneverstoker · Anoniem · Poetry Cove