Een nieuw vermakelyk Bruilofts Lied. Op een aangename Vois. God heeft zeer wys, In ‘t Paradys, Het Huwelyk gesloten: Met overvloedigheit vol gratie overgoten: Twee zieltjes waren een: Niemand dan God alleen: Die kan twee behouden scheen, daar zent hy zynen zegen, als regen, vol gratie daar beneven: Als Man en Vrouw, door egte trouw: malkander overgeven, den trouwen pligt, die valt zo ligt, zy dragen ‘t pak, Al met gemak, Die na Gods wetten leven. En God die trok een ribbe uit Adam zynen lyve: Hy heeft daar van gemaakt Eva tot zynen Wyve: Want God sprak in ‘t gemeen: Een man van vlees en been: Die mag niet zyn alleen: Wat wou gy hier bedryven, de Wyven, die moeten u hulpzaam wezen; want benje ziek, melancholyk, een Vrouwtje kan (u?}
genezen, Een Vrouwtje zoet: dat is zeer goet, En wort als dan: van haren Man; Seer minnelyk geprezen. Was ‘t Adam niet, Een groot verdriet, was hy alleen gebleven: Maar God heeft hem een vrouw tot zyn behulp gegeven: Terwyl dat Adam sliep: God hem een Huisvrouw schiep: Die terstond na Adam liep: Sy maakten Adam wakker, wel sey zy makker, myn Lief myn Uitverkoren: Hoe komt gy hier, tot myn pleyzier, waar uit zyt gy geboren: Uit den douw, neen sprak de Vrouw, in kom van jouw, Ik heb myn trouw, Voor God aan u gezworen. Wel wie en zouw, een goede vrouw, in ‘t huisgezin niet pryzen: Sy is in ‘t Paradys men zal haar onderwyzen, Die haren Man bemint: En troostelyk dient: Als hy qualyk is gezint: Zy maakt van eenen bengel, Een Engel, het kyven keert in quallen: want dit gevley, is lekkerny, ‘t is minnen en ‘t is mallen: Met eene zoen is ‘t weer te doen, want dit gequel, dat is maar spel: daar zullen geen slagen vallen. Gy vrouwtjes dan, houd uwen Man, altyd in groote eeren: Zo Paulus ons verklaart, en Sara zal ‘t u leeren: Al is hy steurs of quaat: Toont hem een bly gelaat: Noemt hem Heer en Kammeraat. Gy Mannen van gelyken, laat blyken; hebt liefde tot u Wyven: Zegt Lief mon Coeur, agter en veur, waarom zouden wy kyven: Wy zyn tog een, Van vlees en been: met huit en vel, verstaat myn wel: Laat ons dog vreugden bedryven. Dan zal uw huis, zyn als een kluis: vol liefde peis en vreden: God zal Mirakels doen als hy in Cana deden; Van water maken wyn: Al was het pekeldreyn; Sal ‘t zoet als honing zyn, Gy vrouwen wilt onthouwen, te trouwen: het zal u nooyt berouwen; Weest mindelyk: en vrindelyk, neerstig in uw huyshouwen. Den Heer zal dan; u en u Man ge
ven een kroon: voor uwen loon; weest dan u Man getrouwen.
Cookies on Poetry Cove