Een nieuw lied.
op een aangenaame Wys.
1.
Al myn hoop heb ik verloren,
Den ontrouw is my niet meer,
Waar zal ik myn druk geduldig
smooren,
Hy is die welk my laat in hartzeer
2.
Maar zoo gy myn in myn noodlot
gaat verlaaten,
Neemt nooit geen wraak in u hart zo
als van myn,
Maar ag het valt my zo zwaar om
u te haaten,
Adieu vaar wel gy zult myn dood
nog zyn.
3.
Ik zoek myn troost aan alle goede
vrouwen,
Waar ik myn noodlot aan klagen kan
Maar ach nu heb ik vrienden gevonden
Daar ik myn hart aan openbaren kan.
4.
Ach lieve hoop schenkt myn troost
en keer weder,
Dat ik haar nog eens weer mogt zien
Ik ly geduld en ik beminde haar zo
teder,
Ik ly in banden en groote smert.
5.
Maar zoo gy my kunt beloven,
dat gy u leven nog betere zal,
Maar ag u ontrouw is gebleeken,
Trouweloos man het is anders gedaan
6.
Tog helaas om den band te verbreken
is al myn hoop en wensch vruchteloos
maar ach u ontrouw is gebleeken,
ik bemin u tog voor altoos.
EYNDE.