Skip to content
1780

De oprechte Zandvoorder speel-wagen

Anoniem

Stemme: Edel Karson. O Paris wreet! Een Konings Sone machtigh, Van Troyen wijt vermaert, Is 't u niet leedt? Of zijt gy niet gedachtigh Doed gy lest by my waert, Gy zwoert gepaert Eeuwigh by my te blijven;

't Geeft my nieuw dat Godt u spaert, Al door u valsch bedrijven. Doen ick lestmael U aen het Scheepken leyde, En gy wout van mijn scheen: Veel soet verhael Hadden wy met ons beyden, Van ons liefde verleen: Ick had u gebeen, Dat gy die reys soud staken, Maer gy woud na Griecken heen, Valsch waren uwe saken. Aen de Zee-strant, (Hoe kont gy u soo veynsen) Suchten gy meenig fout, Gy boodt my de hant: (Ick die geen quaet kon peynsen) Dat gy weer komen soud; Ick had vertrouwt Al u beloften schoone: Maer helaes! het my nu rouwt) Fy u gy Konings Sone. Onlangs daer naer, Gingh ick bedroeft van sinnen, Op een duyn seer hoogh, Of ick van daer Uw' komste mocht sien uyt minnen, Tot my alin 't gevoogh, Terstont in 't oogh, Kreegh ick twee witte zeylen; 't Hert van verr' uw' jonst toe droegh, Eylaes! maer 't ging my feylen. Uw' zeylen snoot, Die al na Trooyen stonden, Passeerden my voorby: In uwen schoot Lag de Liefste doorwonden; Gekleedt in witte Zy: Een Vrouw seer bly, Alsoo ick heb vernomen, 't Was Helana, daer mee gy In Troyen zijt gekomen. Een valsch Minnaer, Vol ergh en boose kueren,

Is dit u dienstmaegt schoon: Die u voor haer (Uyt liefden der Natueren) Verkooren had Ydoon, Heeft uw Persoon In een ander behagen? Sal een Griekse Hoer mijn Kroon, Eylaes! van Troyen dragen. Hoe veel te meer Hoort gy uw Lief te eeren: Die u belooft getrouw, En veel hert-seer Om u moet lijden leeren, Die wel eens wenschen souw Te zijn uw vrouw, Moet nu alleene sterven, Nimmermeer sal 't hert van rouw Eenige vreugt verwerven. Doen gy eens spraeckt: Dat Venus, Pallas t' samen, En Iuno stont misdien, Heel moeder naeckt Voor u, en gy moest ramen De schoonste van haer drien; Doen moecht men sien U in mijn liefd' ontsteecken, Dat het van u mocht geschien: Goddinnen prijs te spreecken. Maer nu eylaes Zijn uw voorleden daden In sotterny verkert, Gy armen dwaes: Wilt u daer van beraden, Eer Troyen declineert: Mijn Perspon weert Sal in u liefd' volherden, Heb ick u als lief ge-eert: 't Sal wel gewroken werden. Mijn geluw' hayr, En mijn bloosende wangen: En al mijn schoon cieraet, 't Was voor u klaer: Waer mocht gy na verlangen,

Ick heb u noyt gehaet, Maer metterdaet Altijd liefde bewesen, Nimmermeer docht ick dit quaedt, Dat in u is geresen. Komt nu mijn Lief, Wilt eens al van haer scheyde, Houdt u beloften reyn, Denckt op 't misdrief, 't Welck ter doodt sal leyden, Liet gy my hier alleyn, Dien eedt certeyn, Dien gy my zeoer wilt houwe, Haet Helena, komt in 't pleyn, Troost u ge-echte vrouwe.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De oprechte Zandvoorder speel-wagen · Anoniem · Poetry Cove