Op een aangename Voys. DAer reed 'er een Ionk-heertje uyt Rijden, En op een zo keurlijk Paard, Zeer vermakelijk en fray van Leden, Hu was wel Honderd Kroonen waard, Hy droeg een Rok van Gouden Kanten Hy had Pluymen op zijn Hoed, En een Ring van Diamanten, Hy had Laarzen aan zijn Voet. Het Gevest van zijn Rapiertje Was niet als Goud al wat 'er blonk, Daar hoorden hy een pleyziertje, Een Harderinne die mooy Zonk, Al de Beesjes in de Weyde Maakten daar zo en bly gelag, Dees Ionkheer met verblyde, Bood dees Maget goeden dag. Goeden dag mijn schoon Harderinne En tot u neem ik mijn gang, Ik zoek u opregt te Minne, Om U lieffelijk Gezang, Ik kom u bieden aan mijn Trouwtje, Ik ben een Ionkheer wel geleerd, Wild gy wezen mijn Huysvrouwtje,
Dan word gy van een Prins ge-eerd. Ziet mijn Vader heeft veel landsdouwe, En hy woond op een Casteel, Zoute Lief daar zal ik u Trouwen Hy heeft Maagden en Knegts zo veel, Gy zult alle Dagen rijden, In een overschoon Karos, Met een Prins aan uw' zijden, Die in 't Goud zijn uyt gedost. Wel Mijn Heer gy moet vertrekken, Want gy staat mijn gantsch niet aan, Zie gy komt maar met my gekken, Gy moet op een ander gaan, Maar doen wou hy haar Verkragten, En dwingen dat zy 't doet, Deze Maget vol gedagten, Weerd' hem lang met Woorden zoet. Zy Zey Mijn Heer wild eerst uyt trekken Want uw Laarzen zijn te vuyl, Om hem tot geen gramschap t'wekken En te misleyde dien blinde Uyl: Ach! riep zy, ik word moe van het sleuren! Uwe Laarzen en schieten niet, Dat dees malle Zod deed treuren, Want 't Meysje hem straks verliet. Hy meend' dees Maagt te vervolgen, Maar uyt zijn oog' was die Bruyd, Hy zat verblind en gants verbolgen Zo dat hy maakte veel geluyd, Yder een bekeek dees Ionker En jouwden hem wel dapper uyt, Met twee blauw' Scheene moest d'Pronker Vertrekken, ten Velden uyt. Oorlof Liefhebbers van de Vrouwen Als gy hoord zoon Nagt'gaals klank, Wilt u van het Minnen onthouwen
Verzet die liever met Bachus-drank: Want de Liefde komt U baren Veel smerten en een groot verdriet, En d'Ionkmans tot veel bezwaren Gelijk u meld dit Minne-lied.
Cookies on Poetry Cove