Piere la la.
HAar Hals die is zo zwart als git,
En lang gelijk een Zwaan,
Het lijkt de Blaaspijp van een Smit,
Of wel een Moriaan,
Vulkaan met zijn berookte Leen,
Moet voor haar Hals te rug gaan treen,
Het staat met ployen lief en net,
Als Lakens van mijn Bed.