Skip to content
1767

De nieuwe vermakelyke Utrechtse min-stroom

Anoniem

Op een Aangenaame Vois. LIeve Moeder ik wil paren, Ik wil hebben eene Man: Al was hy maer agtien Jaren, Als hy maer een Ambagt kan; Van de merliton, merliton, merlityne Van de merliton, Keerd hem om. Dogter gy zyt jonk van Jaren, spreekt gy nou al van een man, Wilt jou blom nog wat bewaren, Want als de geur is van, speeld dan de merliton, de merliton, de merlityne, speeld dan de merliton, keerd hem om. Al de Nonnen uit het klooster, Roepen hoog al overluid: Helpt my nu aen een trooster, Of ik loop het klooster uit,

Om de merliton, de merliton, de merlityne, van de merliton: keerd hem om. Al die nu myn dogter wil trouwen, die zal hebben twaelf vaten Bier, om een Herreberg op te houwen: Is dat niet een groot plyzier, van de merliton, de merliton, de merlityne, van de merliton: Keerd hem om. Men zag een Jonkman fris van lede, Sprak dat zoete Meisje aen Schoon kind als gy bent te vreden, dan zoo zullen wy te zame gaen: Speelt de merliton, de merliton, de merlityne: van de merliton, keerd hem om. Soete Lief treed nog wat nader, Houd in ’t duyster u fatzoen: Ik zal u eere als een Vader: Gy zult my een vriendschap doen: met de merliton: de merliton: de merlityne: met de merliton: keerd hem om. Spiegelt u omstanders alle: Kykt by dag en nagt rontom: Wilt nu met geen Meisjes mallen: Zy prezenteeren jou de blom: speelt dan maer de merliton; De merliton; de merlityne! speeld dan de merliton; keerd hem om.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.