Skip to content
1746

De nieuwe vermaakelyke gaare-keuken

Anoniem

Op een aangename Voys. ADieu schoon Rotterdam, Voor uw zo moet ik vlugten, Al om dat edel Nat,

Waar voor wy niet en zugten, Holla, holla, holla, Waar voor wy niet en zugten. In de Doel of van Overschie, Gingen wy zitten Drinken, Za Waard tapt ons de Wijn, Uyt Glasen en uyt Pinten, Holla, holla, holla, Uyt Glasen en uyt Pinten. Doen sprak de Waard terstond, Wie zal 't Gelag betalen, Of ik zal nu aanstonds, Schout ende Dienaars halen, Holla, holla, holla, Schout ende Dienaars halen. Doe zijn wy met ons Drie, Een Sloot over gesprongen, Ian Danen met zijn Maat, Die Twee hebben gezongen. Holla, holla, holla, Die Twee hebben gezongen. Den Derden die daar sprong, Was Daniel van Troyen, Zijn Hoed kreeg eenen flonk, Hy kon de weg pas royen, Holla, holla, holla, Hy kon de Weg pas royen. 's Morgens vroeg voor den Dag, In 't krieken van den Dage, Met 't Rotterdammer Iagt, Naar Amsterdam gevaare, Holla, holla, holla, Naar Amsterdam gevaare. Doen zijn wy met ons Drie,

Naar Lijsje toe geloopen, Lijsje tapt ons 'er de Wijn, En dat met volle Stoopen, Holla, holla, holla, En dat met volle Stoopen. Doe wy t'Amsterdam kwamen, Gingen wy weer aan 't zwieren, In 't Wijn-Vat, Rotte-Nest, By alle Venus Dieren, Holla, holla, holla, By alle Venus Dieren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.