Skip to content
1746

De nieuwe vermaakelyke gaare-keuken

Anoniem

Stem: Hoe kweld my de Min. ACh Maget Schoon, Ben in om uw Persoon, Gedaald uyt Phenus-throon; Daar ik te rusten plag, In liefden zonder Klag, Om uwent wil moet ik mijn klagt vermeeren, Hoe kond gy uw zoet Wezen van my keeren, Die met my stond, In zulk een naauw Verbond. Ach zoete Sleur, Gy staat my altoos veur,

ô Roosje zoet van geur, Dat altijd staat en bloeyd, In zoete vreugde vloeyd, Zo vloeyden ook de Liefde van ons beyde, Hoe kan de Schoone Maget van my scheyde, Mijn tweede Ziel, Die ik zo waardig hiel. Ach Meysje zoet, Uw vriendelijk gemoet, Mijn Ionk-hert zugten doet; Agt gy de Liefde niet, Die by ons is geschied, My dogt gy waard de Schoonste van de Lande, Daarom zo gaf ik uw mijn Trouw te pande, Ik meende 't was, Een Meysje net van pas. Maar 't is mislukt, Haar Bloempje is geplukt, En van den Steel gerukt; Ach! ach! mijn Lief gaat zwaar, By een ander Minnaar, Had ik Getrouwt over een half Iaartje Met haar, zo waar ik van het Kind Vaartje, Zo een Ionkman, Dikwils gebeuren kan. Ach Meysje wreed, Uw dwaling is my leed, Dat gy die plaats bekleed, Zijt gy ô Schoon Bruynet, Een ander Mans byzet; Gedenkt de Trouw die wy malkander gaven, Hoe mijn Ionk-hert leyd in Liefde begraven, Nu laat gy my, In zulken slaverny.

Adieu Schoon' Blom, Ik kom niet wederom, Kies vry een Bruydegom, Die uw zijn Trouwtje biet, En helpt uw uyt verdriet; Adieu nu ga ik een ander weer Vryen, En ik laat uw in groote pijn en lyen, Adieu dan Meyd, Vol van ontrouwigheyd.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.