Skip to content
1791

De nieuwe Overtoomsche marktschipper

Anoniem

Op de voorgaande Wys. Daer zou 'er een Magetje vroeg opstaen, Om haer zoete lief te zoeken gaen: En zy zogten onder de linden; Maer kon haer liefje niet vinden. Met een kwam daer een Heer aen gaen, Die zij Kind wat doet gy hier alleen t'staen: Of teld gy alle Groene Boomen, En al de geele goude Roozen. Ik tel de Groene Boomen niet, En pluk ook alle gouwe Roozen niet: Ik heb 'er mij liefje verlooren, En kon 'er geen tijding van hem hooren. Hebt gij 'er jou liefje verlooren, Kanje ook geen tyding van hem hooren, Hij is 'er op Seelands douwe, En verkeerd met andere schoone vrouwe.

Is hij 'er op Seelands douwe, Verkeerd hij daer met schoone vrouwe; Zoo mag den Hemel zijn leidsman zijn. Met alle mooije Meisjes die bij hem zijn. Wat trok hij uijt zijn mouwen, Een Ketting rood van Gouwen; Die ik u schoon Kind schenken, Wild op uwe lief niet meer denken. Alwaer de Ketting eens zo lang: Dat hij van den Hemel op d'Aerde hang Veel liever wil ikze verliezen, Eer ik een ander liefje wil kiezen. Doe ontroerde de Heer zijn Bloed, schoon Kind zie wel voor u watje doet Gij bent 'er mijn regte Huijsvrouwen, En ik wilder geen ander trouwen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De nieuwe Overtoomsche marktschipper · Anoniem · Poetry Cove