Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Athalante.

1. KLeene Goodtje, groot van krachten; Die de grootste machten Van Godt of mensch Beheerscht, na wensch; Dat zelf Iupijn om hoog, Als onderdaan Voor u moet staan; Hoe lang zal ik noch wachten, Eer gy de kouw Van mijn Iuffrouw Verdrijft, met uwen boog. 2. Gy hebt Iupiter doen dalen Uyt zijne hooge zalen, Om met een dier

Zijn minnevier Te blussen in haar schoot. Godt Febus zelf In zijn gewelf, Heeft van uw minnestraalen Den brand geproeft; Schoon zy bedroeft Nooit wedermin genoot. 3. Pluto, in het rijk der Hellen, Hebt gy konnen knellen, Toen uwen brandt Nam d' overhandt Van 't branden zijner poel; Al wat 'er leeft, Hoe hoog het zweeft, Gy weet het neer te vellen:

Het grootste dier, De kleenste mier, Heeft van uw brand gevoel. 4. Visschen, vogels, vee en menschen, Dwingt gy naar uw wenschen, Hoe kan 't dan zijn, Dat Rozelijn, (Mijn lief) uw wederstaat? Of schroomt uw pees, Haar teder vlees Met pijltens te verflenssen? Geenzin; haart hart Is veel te hard; Gy weet tot haar geen raad. J.v.Duisberg.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.