Paarlemontje zat en lachte,
Dat 'et Visschers oogjen zach,
Die, door deeze lieve lach,
Paareltjens te visschen trachte
In het beekjen van haar mondt:
Maar eer hy 't gevaar bedachte
Ging zijn zieltjen daar te grondt.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove