Wyse:
Lievert zach de schoone roozen
Van Rozettes wangen blozen
Met een lustelijke zin,
En hy bad zijn Engelin,
Haar een woortje toe te luystren;
Maar, vergragende in dit fluystren,
Roofde een kus van wang en lip;
Met een lach sloot hij dit pertje:
Maar Rozette hiel zijn hertje
Voor dit Kusjen in de knip.