Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Je voy toutes les Nuicts.

DAt Iupiter zijn Throon, Zijn Scepter, en zijn Kroon, Voor u my bood, En my den Hemel

schonk, Die rijk van Goudt en Diamanten blonk, En zeid': Zie daar, ik scheid' Van al mijn praalen; En mijn lekkerny, En ik zal voort op d' aard' gaan dalen; Ia gy zult, naar mijn, Godt in den Hemel zijn. 2. Ik zou, zonder beraan, Hem danken, en afslaan

Zijn stout verzoek, en zeggen; hoor, Iupijn, U Scepter, Kroon, en Troon, en Ambrozijn, Ia zelfs u Hemel schoon, En groote Godheit, Die gy hebt geboon Voor mijn Goddin, die Venus schoonheit, Pallas wijs vernuft, En Iunos praal verbluft; 3. En acht ik al als niet; Want die mijn ziel gebied, Mijn Amaril, heeft veel meer gaven schoon; Haar voorhooft is een wit-albaste troon; Haar kroon is 't gulde hair; Haar schoone oogjes Trotzen Starren klaar; Haar winkbrauwns zijn twee minne-boogjes;

Kaakjes Roosjes zijn; De lipjes koralijn. 4. Langs tandjes, trots yvoor, Vloeit nectar, en ik hoor Een Hemel-vois, als mijn Nimf speelt of zingt; Nevens haar stem uit 't lieve mondje dringt Adems-viole-geur; Zwierende speelen Blauwe aders, deur Haar sneeu-wit vel, van 't wonder eele Ronde halsje lank, En poez'le handjes rank. 5. Op Borsjes (Pafos troon) Staan twee Robijne schoon; Maar 't alderschoonst bedekt haar wit gewaadt, Dat ik (als gy Goddin u zomtijds baad')

Ter sluik wel heb aanschouwt; Daar ik gedooken Lag in 't Elzen woud: 't Was Acteon noit zo gewroken, Van de schoon Diaan, Had hy zo mee gedaan. 6. Beeld eens Pigmalions! Laet doch de glans uw's Sons Bestralen my met weer-mins glooren al; Ik sweer mijn Diamante liefde zal Weer flonkeren op uw', Mijn waarde tweede Ziel: vlucht niet zo schuw, Ai! Amaril, verhoor mijn bede, Neem my in genaa En zeg doch eensjes ja. W.6.st.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove