Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Als 't Begint.

'k HAd nooit gedacht, ô waarde Amarant, Dus onvoorziens te vallen In dees felle brandt: Mids ik de schicht van Paphos snoode boef Staag achtte niet met allen; Maar, helaas! ik proef De schichten van uw oogen,

Nectar uyt uw mondt, Uw keel heeft my bewoogen Tot Cipris verbondt, En trekt mijn hart tot u; Gelijk de kuysche Atelante Hippomenes dee: Goon, gun my Amarante, 'k Waag mijn leeven mee. Godinne sterk my nu. 2. 'k Zal, tot loon van uw getrouwe daadt, Een heerlijk altaar richten, Tot cierlijk cieraat: 'k Zal niet als Hippomenes; maar staag U dankbaar zijn en Dichten Offeren alle daag;

Ik zal aan uwen Tempel Eenen gouden lamp Doen hangen, aan den drempel. Ach! verzacht mijn lamp! Ontneemt de koele schicht. Voldoet my als te vooren, Laat een felle brandt 't Bevroozen hart door-booren Van mijn Amarant. Dit bid ik snoode wicht. 3. 'k Acht den Hemel, noch Iupiters gebied, Wanneer ik maar de minne Amarants geniet. Geen Bachus Feest, noch Ceres drabbig zop Verheught mijn geest van binne;

Maar d'Albaste krop, En welgeboore leeden Van mijn Aards godin, Vol braave aardicheden; Geen min, dan haar min Verwekt haar liefdens-brandt; Geen mond, noch valsche tongen Drukt, of snoeit haar deugdt, Schoon zy al giftig zongen; Want mijn hart verheugdt, Als ik hoor van Amarant.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove