Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Asteuri sei tanto gratiosa.

DEn Hemel wil getuygen, De lichte Maan met al haar gulde sterren, Hoe wy ons herte buygen Voor 't licht dat staag ons sinnen kan verwarren, Wij roepen al, met bly geschal, de Mey is ons verschenen, Die ons uyt minne, dees groote Coninginne

Komt verleenen. Hoe kan het landt en d' aarde Met kruyt, met wijn, met loof, of bloemen kroonen, Ten waar haar dees alwaerde Met nieuwe krachten stralen quam verschoonen: Dit aangesicht, geeft glans en licht, aan Phebus gulde oogen, Ons goedertieren, Goddinne die wy vieren Naar vermogen. Maar was 't haar wel behagen, Den strangen winter ende koude regen Van al ons droeve dagen Verdweenen en verlichten door haar zegen, Wanneer zy lacht, ter middernacht, begint de Zon te schijnen, De bange herten en denken noch aan smerten

Noch aan pijnen. De vlugge vogels quelen Wanneer sy veld of wegen gaan betreden: De sachte winden spelen, Het woudt verciert thien-duyzent dertelheden, De weyden 't vee, de dulle Zee, de visschen in de stromen Vernieuwen 't leven, het acht haar aleven Wel komen. Dees Mey zal altijdt duuren, Hooghdragend' volk komt, offert uw gedachten, Hier schijnen jaren uuren, Hier hebt gy niet als somer te verwachten, Dees vlechten blont, dees morgen-stont, dees lipkens root als roosen, Dit zijn de kaken, die altoos Lenten maken Met haar bloozen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove