Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Stem: La Cardinalle.

I. ROsemont // Zuld gy dan t' aller stond Uw' trouwe Minnaer plagen Die zijn hart // Als op ge-eeten werd, Door uwe stuure vlagen; Ah! schept gy behagen In zijn leet // En zijd gy dan zoo wreed, Dat gy hem zoekt te plagen, Meer als hy kan verdragen. II. 'k Daght de tijd // Die alle dingen slijt U end'lijk zoud versachten; Maar ô neen! // U hartjen is van steen. Het luystert na geen klachten;

Ay! wend u gedachten. Stopt de vlied // Van alle sijn verdriet: Want wild gy 't niet versachten, Zo moet ik troostloos smachten. III. 'k Wensch de Min // Dat die nog eens u zin En hart zo mag ontsteken, Dat gy mee // Door Min en harte wee; Gelijk als ik moet smeken: Dan zoud ik my wreken Van al 't geen // ik Heb tot nog geleen, Stantvastig onbesweken, In zo veel harde weken. IV. Zo ik Ach! // Dien blijden dag eens sag, Na zulk een nevel komen,

Dat u hert // Gelijck het mijne werd Van liefde ingenomen: Dan bande ik alle schromen, En ik zou // Door uwer lippen-douw, Verfrissen en bekomen, Verfrissen en bekomen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove