Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: La petit Sault de Bordaux.

1. SEg, ik bid u soete Meysje Ist u doch wel eens gevraegt? Hebt gy noyt u poesel vleysje Aan een jonge Knecht gewaecht? 'k Loof gy sout u niet beraden, Als 't maar eens so verre quam; Maar gy liet u lust besaden Als hy u in d' armen nam. 2. 'k Wed gy denkt was 't ook mijn deurtje Waar ik maar een nacht getrout, Quammer slechts een Serviteurtje,

'k Sou 't hem toestaan onberout. Maar men wacht tot dat sy 't vragen; Hey! is 't niet groot ongeneugt, Datmen zoo zijn jonge dagen Moet verslijten sonder vreucht? 3. Meenig op het Keysers-grachje, Die wat bleek zijn om de neus, Wenschen mee wel eens een nachje, Soo te slapen inter-deus? Maar men gaat de Dokter halen, Die haar haast wat ordineert, Datmen hem moet dier betalen, 't Was veel beter geclisteert. 4. Vorder seg ik, lieve Meysje,

Die hier ook mee zijt gequelt, Martelt niet u jonge vleysje Aan een Dokter, en u gelt, Want hy doet het wel verdwijnen Maar het komt al haastig weer; 'k Weetje beter medecijne Doe slechs uw natuurs begeer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove