Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Courante Messieurs.

WAt lijd een Minnaar, als hem het genieten Van de weeder-minne tegen loopt;

En zijn verdrieten // op elk ander hoopt? Mijn lief die toont haar even wreedt, Of ik haar klaag, en toon, mijn smart en leet; s' Is onbeweegt, en acht mijn min Niet waard, te stellen in haar zin. 2. Geschiet het dat ik my by haar laat vinden, En haar dien, en vier, met alle kracht. En noem beminde // 't word al niet geacht. ô Wreede Harderin! wat pijn Laat ghy my voelen! hebt doch eens met mijn Meelijden: want ik heel bezwijk, En ben al leevendig een lijk. 3. O God der liefde, konnen mijn gebeeden U niet brengen tot meedoogentheid? Zo laat my heeden // sterven, want de tijd Die ik op deeze wereldt leef

Ik u vrywillig in uw handen geef. Vergun my liefde of de doodt; Want daagelijcks mijn ramp vergroot. 4. Ik wil noch eens mijn Harderin gaan spreken Voor het laast: en daar na nimmermeer. 'k Zal van haar smeeken // dat zy deeze eer My doet, en laat doch op mijn graf Dees woorden schrijven: 't Leeven dat begaf Dees Harder, om dat hy geen min Genieten kon van sijn Godin.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove