Toon: Als 't Begint.
VOegd u aan de krans Van ons Dooden-dans
Overleede mans, Die kreupel gaan, Stel uw stokjes ree, En uw krukjes mee, Die uw oude wee Ons wijzen aan. Hippel homp pomp pomp Met een dwerse stromp, Laat uw oude romp Ons rey verzien. Ider stel hem rad Met zijn oude gat, En hy vat // na de schat Dien wy hem bien. 2. Oude wijfjes kom, Hippel mee rondtom,
Sla de keteltrom, Sa, dob dob dob; Tree al hinkend aan Laat het spintuyg staan Van uw Toverwaan, En rijt 'er op; Schoor uw bonte rok, Geef u op de stok, Luyt de zwarte klok, In Plutoos naam; Onze gantsche Rey Zal u doen geley Onder d' aard // daar de waard Dacht bequaam. 3. Muffe jonghmans, bey, Eer ons dansen schey
Uw berouw geley Begeeren wy; Breng ons nu 't gemak 't Geen u troutje brak. In een leere zak Aan brokjes by. Spoeid uw loome tred Naar het doode-bed In de kring gezet Voor laat berou; Laat 'er vry wat plaats Voor de oude maats, Die de noot // van de dood Ons strekt in jou. 4. Kom al mee op 't lest, En vervult de rest,
Oude Vrijsters, prest U aan ons zy. Schoon u d' aard ontzeyd Alle vruchtbaarheyd Ider is bereyd: Wy staan u by. Schoon uw Maagdom huylt, En aan kreukjes pruylt, Zeg ons wat 'er schuylt, Wy smoren 't uyt. Hey! za! wakker aan Laat ons ommegaan; Onze rey // heeft geley: Dies gaan wy uyt.
Cookies on Poetry Cove