Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Stem: De stille nacht genaakt, &c.

HOe souden 't kusjes zijn die Rosemond my geeft? Och neen ik ben bedrogen, 't Is Nectar, 't is Ambroos, waar van den Hemel leeft, Dat ik heb ingesogen. Het is een honigh-dauw, die uyt haar sieltje rijst; (Ha, soete spoockeryen!)

Al watmen in caneel, in thijm, of nardus prijst Komt van haar lipjes glijen, De bijtjes die wel eer de bloempjes van Hymet In Grieken-land door vloogen, En hebben uyt Narcis, uyt Roos noch Violet Oyt soeter soet gesoogen. Zoo my zoo lieven aas, de spijse van de vreughd Wert dikmaals aangeboden Blijf ik onsterfelijk en leef in stage jeughd Gelijk de Hemel-Goden. Maar sagjes, Rosemond; daar schiet wat in mijn sin Dat schijnt my te vervaren. Al sagjes, Rosemond; of maakt u een Goddin, Of wilt u kusjes sparen. Ik wensch niet sonder u een van de Goon te zijn En tot haar disch verheven,

Neen, hertje, sonder u was het my groote pijn En eeuwigheyt te leven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove