Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: 'k Heb menich pint.

O Noot, mijn zaligst lot, Gy rukt my van 't gewoel Der weerelt, en haar zorgen. Mijn gelt was eerst mijn Godt, De weerelt was mijn boel Van d' een in d' andre morgen. Nu leef ik onbenijt. De weerelt is vol smaat, Geveynstheyd, list en spijt. Lof, lof, o laage staat. Lof, lof, o laage staat. 2. Gelijk den rijkert tracht

Na winst van gelt en goed, Ook als 't hem voegd te slapen: Zo tracht ik dach en nacht Na Hem, die 't alles voed, En alles heeft geschapen. Ik slaap des nachts gerust; En als den dag aangaat Heb ik in Godt mijn lust. Lof lof ô laage staat. Lof lof ô laage staat. 3. Wanneer den rijkert brast. Of stookt zijn geyle lusst Met helschen brand van binnen: Dan ben ik Godes Gast; Die my ook in mijn rust Niet uyt en sluyt van 't minnen:

Wy minnen niet om goed, Noch niet om staat en baat; Maar uyt een reyn gemoed. Lof lof ô laage staat. Lof lof ô laage staat. 4. Den Rijkert dient zijn Godt In hovaardy en pracht Van kostelijke kleeden. Maar Godt, die daar mee spot, En ziet niet op de dracht; Maaar traanen en gebeeden. Mijn Godt my 't best verrijkt. Hy is mijn toeverlaat Als 't alles van my wijkt. Lof lof ô laage staat. Lof lof ô laage staat.

5. Als Godt den rijkert eyscht De ziel, die hy hem gaf, Dan vangt hy aan te klagen. Dan is zijn tijd verreyst, En hy moet naar het graf, Dan wil zijn ziel vertzagen. Maar wy staan tot dees' reyz' Gereedt; door Gods genaad, Na 't hooge rustpaleys, Uyt onzen laagen staat. Uyt onze laagen staat. J.v.Duisberg.

EYNDE

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove