Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Sofonia.

SChoonste Ioffer van het landt, Daar mijn hart en ziel na brandt, Wanneer zal 't weezen, (Uytgeleezen) Dat gy deezen Borst vol quaal, smart en pijn Zult een reys genadigh zijn; Den luyster van uw schoont Geheel mijn hart, en ziel, en zin tot luystren troont. Maar gy, O Maagdt, Die rijpe reeden draagt, Hoord echter nooit mijn klacht; schoon ik ween Gy toont harder hart als steen.

2. Want al klaag ik in een woud, Aan een Beek, of Rots, of Hout, Het geeft een teeken, Als wou 't spreeken Op mijn smeeken; Maar (helaas!) schoon gy kunt, 't Werd my niet van u vergunt. Hoe kunt gy O Godin, Met reden haten my, om dat ik u bemin? Gy zijd te wijs, En veel te waard van prijs, Te loonen zo verkeert, min met haat: Wijl dit tegen reden gaat. 3. Neen; ik merk, 't is veynsery,

Lief, een lachjen zeyd het my, Een vriendlijk teeken Laat gy spreeken: Staak uw smeeken Mijnen vrind Nu ik vind Dat gy my van harten mind. O Hemelsche Godin, In 't grootst verlies vertoont gy my het hoogst gewin. Een doodsche wond Geneest uw blijden mond, Vergun mijn liefde nu, dat ik dus Uw korale lipjens kus. J.v.D.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove