Skip to content
1659

De Nieuwe Haagsche Nachtegaal

Anoniem

Toon: Courante Françoize, &c.

IK heb 'et, voor deeze, Een uitgeleeze

En overschoone maagt Zo menigmaal gevraagt; Maar hoe ik haar minde, Ik kon niet bevinde Dat oit om haaren zin Kon komen weeder-min. Zy was hoovaardig, trots, en preutsch van aart: Dies, wat ik haar dee, Zy schempten 'er mee, En achtte my gantsch onwaardt. 2. Betoonden ik plichten, Met liedtjes te dichten Op haaren lof en eer, Zy wierp het smaadelijk neer. Ging ik haar verwachten In donkere nachten,

Om haar met min te voen; Zy schold op al mijn doen. Hoe meer ik haar hield voor mijn toeverlaat, Hoe meerder dat zy Bejeegende my Met afkeer en haat. 3. Dies dacht ik ten leste, Wat erreger peste Heeft hier, door hovaardy, Het hart geraakt van my? Haar hoofsche gewaaden En preutsche cieraaden Die hebben my bekoordt; Maar niet een eenig woordt: Wel gaa dan, overtrotsche Af-godin. Steunt ghy op gewaadt,

Ik steun op mijn staat, Die is voor my niet min. 4. Mijn jeugdige zinnen Die zullen nu minnen Een Dochter zonder pracht, Maar loff'lijk en geacht: Een Dochter, die vredig, En staadig, en zeedig Is, als een pronk der jeugd Door alderhande deugd. Ik haat nu trotze moet en hoovaardy. Een zuyver gemoet Is eedeler goet Als pracht en pronkerny. J.v.D.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De Nieuwe Haagsche Nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove